0
Volg ons op Twitter Share on Tumblr Instagram
Leerlingenstrip

GSA voor docenten

GSA docent zijn is een rol die je zelf invult. Sommige docenten zijn heel erg betrokken en trekken met veel enthousiasme de kar, anderen zijn een stuk meer op de achtergrond en ondersteunen de GSA alleen als de leerlingen er zelf niet uitkomen. Weer anderen zorgen ervoor om samen met een stel collega’s de taken te verdelen. Alles hangt af van je energie en hoeveel tijd je naast het lesgeven hier aan wilt besteden. Hier wat tips:

Lees ook de docentenhandleiding even door.

- Tip 1: Leerlingen ondersteunen

Als docent weet je precies wat nodig is om je leerlingen te ondersteunen. Het is per slot van rekening je vak. Dus als het duidelijk wordt dat er leerlingen zijn die een GSA willen beginnen, help ze dan om hun plannen vorm te geven. Jij kent de weg, zij nog niet. Dit kan op heel veel verschillende manieren. Belangrijk is dat je één ding in de gaten blijft houden: De GSA is van hen, jouw rol is om je leerlingen te activeren, samen te brengen en te ondersteunen.

Deze rol voer je in je eentje, maar liever met een groepje docenten uit. Zeker als je zelf homo of lesbo bent, kan het verwarrend of vermoeiend zijn om altijd maar diegene te zijn die de kar moet trekken als het om seksuele diversiteit gaat. Doe dat dan ook niet. Zorg ervoor dat je collega’s betrekt in het ondersteunen van de GSA op jouw school. Een Gay-Straight Alliance heet niet voor niets Gay-Straight Alliance.

Dat leerlingen die een GSA beginnen zich gesteund voelen en dat er zaken geregeld worden die ze in hun eentje niet voor elkaar krijgen.

Dit is een activiteit die inderdaad rond de reguliere lesuren, vaak op vrijwillige basis uitgevoerd moet worden. Kijk of je een paar uur kunt krijgen van je teamleider of de schoolleiding hiervoor.

- Tip 2: Samenspannen met collega’s

Deze good practice komt van het Montessori Lyceum in Amsterdam waar een aantal docenten eens in de zoveel tijd zich op een vrijdag verzamelt bij de pingpongtafel. Daar wordt besproken hoe het ervoor staat met de voortgang van de leerlingen die een GSA zijn begonnen en op welke manier ze gestimuleerd en geholpen kunnen worden.

Als docenten kun je bijvoorbeeld ook de schoolleiding zo bewerken dat ook zij de GSA steunen. En door de schoolleiding bewust te maken dat homoseksualiteit zowel bij hun leerlingen als bij hun docenten speelt, kunnen zij je ook ondersteunen mochten er zich problemen voordoen. Dan komen ‘incidenten’ niet uit de lucht vallen.

Verzamelen doe je op een plek die je aanstaat. Dit kan bij iemand op de kamer of in het lokaal zijn, of in de docentenkamer, of, zoals bij het MLA, bij de pingpongtafel, desnoods het café op de hoek. Zorg voor een goeie ontspannen sfeer en maak er geen stijve vergadering van. Het is weliswaar extra werk, maar dat hoeft niet te betekenen dat je er geen lol aan beleeft.

Het doel is om ervoor te zorgen dat binnen de school, ook op beleidsniveau, de neuzen dezelfde richting uitstaan.

Om enigszins slagvaardig te zijn is het handig om elkaar regelmatig te zien.

- Tip 3: Zorg dat iedereen op de hoogte is

Schrijf bijvoorbeeld een brief naar alle mentoren, of zorg ervoor dat al je collega’s een brief krijgen waarin het GSA concept uitgelegd wordt. Zet het op de agenda bij je teamleider of zorg ervoor dat je een afspraak met de directeur kan krijgen waarin je de bedoeling uitlegt.

Vergeet zeker ook niet al het andere schoolpersoneel op de hoogte te stellen. De conciërge, de schoonmakers, en zeker de bibliothecaris hebben vaak een relaxed contact met leerlingen omdat ze van hen geen cijfers krijgen.

Ongetwijfeld heeft iedereen zijn eigen postvak (online of ergens in het schoolgebouw). Gebruik desnoods de prikborden in de docentenkamer of zorg ervoor dat je met zoveel mogelijk collega’s in gesprek komt over dit onderwerp tijdens informele of formele ontmoetingen. Het is een belangrijk onderwerp die iedereen aangaat. Wie van je collega’s wil er geen veilige werkomgeving en welke leerling heeft er geen belang bij om te kunnen zijn wie die is tijdens zijn schoolcarrière?

Het doel is om zoveel mogelijk draagkracht te creëren voor de GSA onder je collega’s, de schoolleiding en ander personeel.

Natuurlijk is deze actie van belang bij het opstarten van de GSA, maar vergeet ook niet dat het onderwerp een constante en regelmatige aandacht verdiend.

- Tip 4: Diversiteitsbeleid op school

Hele beleidskoffers zijn er volgeschreven over hoe je je organisatie divers kunt houden door personeelsbeleid of simpelweg door het met nadruk te laten noemen in de missie van de school. Dat laatste kan een mooie actie zijn voor de GSA. Vergeet niet je leerlingen te vragen om het ook voor jou en je collega’s makkelijker te maken om het onderwerp op de agenda te (blijven) zetten.

Informatie over diversiteitsbeleid kun je halen op de sites van Commissie Gelijke Behandeling, Artikel 1, Movisie, Edudivers en de onderwijsinspectie.

Het doel is om diversiteitsbeleid in alle lagen van de school aanwezig te hebben.

Hier kan op elk moment mee gestart worden en, als geïmplementeerd, regelmatig geëvalueerd.

- Tip 5: Docentendiscussies

Sinds de zomer van 2010 organiseert het GSA Docentennetwerk in samenwerking met COC Nederland en de NJR (voorheen: Nationale Jeugdraad) docentendiscussies. Dit zijn bijeenkomsten van docenten die zich voor het onderwerp seksuele diversiteit op scholen en de GSA interesseren.

Eigenlijk zijn docentendiscussies niet meer dan een kennismakingsronde met collega’s van andere scholen en het uitwisselen van kennis en ervaringen onderling. Belangrijk is dat er een open en ontspannen sfeer is en dat naast de persoonlijke affiniteit met het onderwerp vooral ook wordt onderzocht op welke manier je elkaar kunt supporten als GSA docent. Dus geen zware vergadering over beleid, maar een meer luchtige benadering van het onderwerp in al zijn facetten. Na afloop wordt geborreld.

Meld je aan bij het GSA docentennetwerk om op de hoogte te worden gehouden van de docentendiscussies overal in het land of organiseer je eigen docentendiscussie met wat docenten van andere scholen uit je buurt.

Het doel is om de banden tussen docenten die het belangrijk vinden dat seksuele diversiteit bij hun op school op de agenda staat, worden verstevigd en dat er kennis over hoe dit aan te pakken wordt uitgewisseld.

- Tip 6: Docentenborrel

Een donderdagmiddag, een café, een stel docenten, drank. De GSA is naast een belangrijke manier om het onderwerp seksuele diversiteit op scholen op de agenda te krijgen en te houden, ook gewoon gezellig.

Maak kennis met docenten van andere scholen die dit onderwerp belangrijk vinden en maak kennis met elkaar zonder een al te formele setting. Je weet nooit waar dit netwerk allemaal goed voor kan zijn. In Amsterdam zijn al een aantal docenten van verschillende scholen om tafel gaan zitten om te kijken hoe je het onderwerp beter in het lespakket naar voren kunt laten komen.

- Tip 7: Seksuele diversiteit in je les

Welk vak je ook geeft, je hoeft geen docent biologie, levensbeschouwing of maatschappijleer te zijn om voorbeelden van seksuele diversiteit in je lessen op te nemen.

Zoals Mohammed en Fatima de lessen zijn binnengedrongen, zo kunnen Ingrid en Mia of Javier en Henk ook de lessen inkomen. Hoezo zou je in je lessen alleen maar heteronormatieve voorbeelden geven? Ook homostellen moeten het aantal tegels uitrekenen voor hun badkamer, de zwaartekracht meten en geld sparen.

De geschiedenis geeft ook tal van voorbeelden die je kunt gebruiken, zoals één van de belangrijke mannen die aan de basis stonden van de computerwetenschappen, Alan Turing in de wiskundeles, of literaire grootheden als Gerard Reve, Anna Blaman, Oscar Wilde of Virginia Woolf bij Nederlands en Engels. Maak duidelijk dat er niets mis mee is als je homo of lesbo bent in je les. Ergens achter een rug zit een jongen of meisje met rode oren.

Het is handig om bij het voorbereiden van je les al wat voorbeelden in te bouwen op zo’n manier dat het onderwerp niet onverwacht je hele les gaat bepalen. Er moet natuurlijk ook gewoon gestudeerd worden!

Het is handig om voorbeelden gewoon op te nemen in de reguliere lesstof, maar op belangrijke dagen (zoals tijdens de GSA week, Paarse Vrijdag, Coming Out Day of tijdens een GSA actie) zou je er extra aandacht aan kunnen besteden.

- Tip 8: De eerste stappen ondernemen

Soms kan de sfeer en dynamiek op een school zodanig zijn dat leerlingen misschien wel een GSA willen oprichten, maar niet durven of weten hoe dat moet. Jij kunt ze dan activeren door de eerste stap te zetten.

Op het Montessori Lyceum In Amsterdam hebben de docenten zich eerst verenigd en vervolgens de school volgehangen met GSA posters en de mededeling dat je je tijdens een pauze bij hen kon aanmelden als lid. Op de Waerdenborch in Holten lag er een intekenlijst in de mediatheek.

Vervolgens kijk je welke leerlingen er werkelijk actief mee aan de slag willen en is het een kwestie van een eerste bijeenkomst organiseren. belangrijk: die eerste bijeenkomst moet idealiter onmiddellijk de eerste stap zijn voor leerlingen om een eerste actie te bedenken.

Het vergt een beetje voorbereiding en een goed gevoel voor timing om dit uit te voeren, maar in principe kunnen de eerste stappen het hele jaar door gezet worden. Het is echt zonde om te wachten op ‘het eerste incident’.

- Tip 9: Sluit je aan bij het docentennetwerk

In Nederland is er een GSA Docentennetwerk zodat je ideeën en ervaringen kunt uitwisselen met collega’s van andere scholen. Iedere school heeft zijn eigen dynamiek en mores en het helpt enorm om ook andere situaties en ervaringen te kennen van andere scholen zodat jezelf ook weer op ideeën kunt komen. Vaak organiseren GSA Docentennetwerken bij je in de buurt docentenborrels of docentendiscussies waar je je netwerk kunt op- en uitbouwen. Soms kom je hele specifieke vragen tegen in het proces waar het handig is om over van gedachten te wisselen met iemand die daar al ervaring meeheeft. In het GSA docentennetwerk zit altijd iemand die kan en wil helpen.

Open je mail en schrijf een mailtje naar docentennetwerk@coc.nl om je aan te melden voor het netwerk of om doorverwezen te worden naar een docent bij je in de buurt als je een specifieke vraag hebt.

Het is onzin dat iedereen steeds maar weer het wiel moet uitvinden als er mensen zijn die de ervaring en kennis al vergaard hebben.

- Tip 10: Praktische ondersteuning

Spreek zo nu en dan af met de vaste leerlingenkern van de GSA en vraag wat ze nodig hebben van jou, van de school. Als docent heb jij vaak een beter inzicht in de jaaragenda van de school, dus geef ook advies over het tijdstip van de acties en op welke manier de GSA hun doelen kan bereiken op jullie school. Moet er iets geregeld worden help dan dit te organiseren.

De opzet van de GSA is dusdanig dat leerlingen uitgedaagd worden maatschappelijk betrokken te worden en dit op hun eigen manier vorm te geven. Probeer ze dus echt te ondersteunen en te enthousiastmeren. Uiteindelijk ben je hiervoor opgeleid, dus zal het je weinig moeite kosten
;-)

Vergeet ook niet de leerlingen van de GSA te wijzen op de eerste week van het schooljaar tijdens de introductie van de brugklassers en ook tijdens de open dagen in januari. Daar kunnen veel (actieve) leden geworven worden!

- Tip 11: Een leerling komt bij je uit de kast

Door al het gepraat over seksuele diversiteit en door de acties van de GSA bij jou op school, komt een leerling achter zijn gevoelens en kan ze niet langer verbergen. De leerling weet dat hij of zij bij jou terecht kan en gooit zijn of haar (vaak dramatische) verhaal bij jou op tafel. Wat doe je?

Je kunt een paar dingen doen. In ieder gevoel de leerling het gevoel geven dat hij of zij bij jou veilig is en dat je zijn verhaal niet aan de schoolkrant verkoopt. Je zou contact kunnen opnemen met de zorgcoördinator of de vertrouwenspersoon als het verhaal echt heel veel problematiek lijkt te hebben, maar alleen met instemming, vanzelfsprekend, van de leerling zelf.

De allerbeste tip die we je kunnen geven is om het webadres jongenout.nl aan hem of haar te geven. Jong&Out is het netwerk van homojongeren in Nederland. Op de website kunnen jongeren een profiel aanmaken en met andere jongeren in contact komen (waarschuw alvast dat ze hun identiteitskaart of paspoort bij het eerste bezoek klaar moeten houden, want: ouder dan 18? Geen entree), maar de jongenout’ers organiseren ook zondagen bij hen in de buurt (op 17 plekken in Nederland).

Met een profiel op jongenout.nl kunnen homojongeren op allerlei soorten manieren met elkaar in contact komen en vaak is praten met iemand die door hetzelfde heengaat een prachtige manier om jezelf te accepteren en erachter te komen dat je niet alleen staat.

- Tip 12: Adviseer volume

De GSA op de Waerdenborch in Holten heeft zich ten doel gesteld een zo groot mogelijke draagkracht binnen de school te verwerven voor de GSA. Dit hebben ze gedaan door niet alleen leerlingen en docenten uit te nodigen lid te worden van de GSA, maar zelfs ook ouders van leerlingen. Om het overzichtelijk te houden zijn er actieve en passieve leden. Zeg maar een klein groepje vaste kern en een grote groep die op de hoogte wordt gehouden (door e-mail) van de acties.

Iedereen heeft een verklaring ondertekend waarin ze beloven niet te schelden met het woord ‘homo’ en om homo’s en lesbo’s te verdedigen als ze worden lastiggevallen.

Let wel: het organiseren van een zo groot mogelijke GSA heeft wel wat voorbereiding en logistiek nodig. En waarschijnlijk overleg met de schoolleiding om ook de ouders te bereiken.

- Tip 13: Heb plezier

Door GSA docent te worden, lijkt het misschien alsof je een zware verantwoordelijkheid op je hebt genomen. En in zekere zin is dat ook wel zo. Je leert leerlingen voor elkaar op te komen en een veilige omgeving voor zichzelf te maken. In dat proces zullen sommige leerlingen echt tegen muren oplopen waarvan ze niet wisten dat die bestonden. Dan komen ze hopelijk bij jou of één van je collega’s terecht. En daar moet je dan mee dealen.

Ook zul je misschien zware discussies moeten verduren in de docentenkamer of bij de directie. Het is verbazingwekkend hoe slecht mensen soms zijn geïnformeerd of zich ergeren aan ‘al dat homogedoe’. Tegen dit soort sentimenten moet je opgewassen zijn, je argumenten klaar hebben liggen en je moed niet verliezen.

Je zult zien dat mede door jou jonge mensen zich kunnen ontwikkelen tot open, tolerante volwassenen die seksuele diversiteit normaal gaan vinden. En beter begrijpen wat het is om een volledig mens te zijn.

Eén ding is zeker. De leerlingen die het persoonlijk aangaan zullen je voor de rest van hun leven dankbaar zijn.

- Tip 14: Wees open over je eigen seksuele identiteit

Je zou zeggen dat deze good practice alleen voor homo, lesbo en bi docenten is bedoeld, maar niets is minder waar. Ook heterodocenten kunnen uit de kast komen en duidelijk maken dat heteroseksualiteit niet de vaststaande regel is.

Natuurlijk moet iedereen zelf bepalen op welke manier hij of zij open wil zijn over zijn of haar seksuele voorkeur voor de klas en hoe ver je daarin wilt gaan, maar voor homo en lesbo leerlingen kan de wetenschap dat er in ieder geval één docent op hun school zit die ook zo is, een wereld van verschil maken. Vergeet niet dat waar je ook bent, meestal één op de tien mensen homo, lesbo of bi is. De kunst is het om dit niet als bijzonder aan te merken, maar tegelijkertijd wel oog te hebben voor dit feit.

Het doel is te laten zien dat de hetero, lesbo, homo en bi identiteiten normaal zijn. Natuurlijk zit er een spanningsveld hier. Door er ‘gewoon over te doen’ laat je zien dat je deze soorten seksualiteit accepteert en dat ze naast elkaar kunnen bestaan. Door de extra moeite die je hier misschien voor moet doen of de aandacht die je het geeft, lijkt het misschien alsof je de nadruk hier juist op wilt leggen. Heb hier goed over nagedacht voor je het in praktijk gaat brengen en ‘out’ nooit en te nimmer een collega of leerling zonder dat hij of zij daar klaar voor is.

- Tip 15: Het opzetten van een GSA door docenten (algemeen)

Al naar gelang situatie en motivatie kunnen docenten een GSA in het leven roepen. In principe is alleen de wens om een GSA te beginnen en het ondernemen van de eerste stappen om een GSA op te starten al voldoende om jezelf een GSA te noemen.

Vaak gaat het opzetten van een GSA door docenten als volgt:

- Docent merkt dat aandacht voor het onderwerp homoseksualiteit ontbreekt bij hen op school, of wordt ‘afgevinkt’ zodra de COC voorlichters zijn langsgeweest.

- Docent vindt het onderwerp belangrijk genoeg om aan de orde te stellen binnen hun school. Bijvoorbeeld door de moeilijkheden die ze zien bij homo en lesboleerlingen of collega’s. Maar het kan bijvoorbeeld ook zijn dat docenten een negatieve of ontkennende sfeer signaleren rond het onderwerp waardoor de sfeer op hun school onveilig aanvoelt voor iedereen.

- Docent gaat praten met collega’s of stelt het aan de orde tijdens een teammeeting om te kijken of hij/zij steun kan krijgen voor een GSA.

- Samen met de steun van collega’s stelt docent een actieplan op.


- Het actieplan heeft ten doel om leerlingen te interesseren voor de GSA en de weg vrij te maken bij collega’s en leiding om een GSA te beginnen.

- Zodra er een aantal leerlingen gemotiveerd aan de slag gaan met een GSA kan de ‘officiële’ oprichting in gang gezet worden: het ondertekenen van het GSA Manifest door leerlingen en schoolleiding.

- Tip 16: Het ondersteunen van een GSA door docenten (algemeen)

Nadat een GSA is opgezet verdwijnen de docenten enigszins in de coulisse. Hun taak is vanaf dat moment het activeren, motiveren, adviseren en ondersteunen van de leerlingen die een GSA hebben.

Vaak gaat het ondersteunen van een GSA door docenten als volgt:

- Eén of meerdere docenten zijn het aanspreekpunt voor de GSA, bijvoorbeeld door om de zoveel tijd contact te hebben met de GSA en daar hulp te bieden waar dat nodig is.

- Docenten blijven bij collega’s en schoolleiding de ‘volwassen’ gesprekspartner van de GSA.

- Docenten houden de GSA in beweging door adviezen te geven over (landelijke) acties en hoe draagkracht te verzamelen binnen de school voor de GSA, bijvoorbeeld door de GSA aan te moedigen zichtbaar te blijven, ook in het nieuwe schooljaar met nieuwe leden.

- Docenten houden de draagkracht van de GSA in de gaten binnen alle geledingen binnen de school en stimuleren hun omgeving om de GSA breed op te vatten. Een GSA is niet een homoclubje, maar een breed gedragen initiatief binnen de school om de school sociaal veiliger te maken voor iedereen.

- Docenten zorgen voor opvang van leerlingen (en mogelijk ook collega’s) die het moeilijk hebben door/met hun homoseksualiteit en weten de weg binnen en buiten de school om deze leerlingen verder te helpen (en te verwijzen).